Page 1 of 5

Relationele Veiligheids- en Helderheidscheck

Af en toe met een open blik stilstaan bij hoe het werkelijk gaat in je relatie is geen teken dat er iets mis is; het is een teken van aandacht voor jezelf en je relatie. Voor wie deze vragenlijst invult, is de uitkomst niet op voorhand bepaald: voor velen zal ze een bevestiging zijn dat de relatie goed genoeg is, voor anderen opent ze zicht op patronen die tot nu toe onbenoemd bleven. Beide uitkomsten zijn evenwaardig, en allebei de moeite om te onderzoeken waard.
De relationele veiligheids- en helderheidscheck is een zelfrapportage- en evaluatie-instrument, specifiek gericht op partnerrelaties. In partnerrelaties kunnen patronen ontstaan die verwarrend, ondermijnend of onveilig aanvoelen, dit ongeacht rol of geslacht. Deze vragenlijst helpt om helderheid te brengen in dat soort patronen, zonder te veroordelen of te pathologiseren.
Begrippen als "dysfunctioneel" of "problematisch" volstaan niet langer om de relationele realiteit te duiden. Relaties worden vandaag niet alleen beoordeeld op het ontbreken van conflict, maar op de mate waarin ze veilig, voedend en vervullend zijn voor beide partners. Deze vragenlijst vertrekt dan ook niet vanuit de vraag "Wat loopt er fout?", maar vanuit een meer wezenlijke reflectie: is deze relatie goed genoeg om te dragen, te laten groeien en jezelf in te blijven herkennen? Of is er verandering nodig, in de vorm van bijsturing, individuele ondersteuning of een grondigere heroriëntatie? De vragenlijst bestaat uit 120 vragen, onderverdeeld in thematische categorieën gaande van emotionele veiligheid, autonomie en conflictpatronen tot risicogedrag en expliciet geweld. De resultaten vormen geen eindpunt, maar een kompas: een uitnodiging tot eerlijke reflectie, richting gezondere, veiligere en meer vervullende relaties, met jezelf en met de ander.
Hoe vul je de vragenlijst in? Beantwoord elke stelling met: nee, soms, vaak, of ja, steeds aanwezig. Aan elk antwoord wordt een score toegekend; aan het einde van de vragenlijst leidt dit tot een totaalscore en evaluatie. Toelichting bij de scoring: niet alle vragen wegen even zwaar in de beoordeling. Bij gedragingen die kunnen wijzen op ernstige relationele onveiligheid, dreiging, dwang of geweld kan een antwoord anders dan ‘nee’ al zwaar meewegen in de uiteindelijke uitkomst. De totaalscore moet daarom niet worden gelezen als een eenvoudige optelsom van alle antwoorden.

Disclaimer: de vragenlijst betreft geen diagnosestelling, schuldtoewijzing of juridisch referentiekader. Aan de hand van de resultaten krijg je een indicatie van mogelijke werkpunten binnen de relatie, maar ook - wanneer nodig - een signaal dat er meer aan de hand kan zijn dan relationele groeipijnen of frictiepunten alleen, en dat veiligheid en zelfzorg voorop moeten staan.

1. Mijn partner is emotioneel onvoorspelbaar.

A
B
C
D

2. Ik ervaar een warm–koud patroon in de relatie.

A
B
C
D

3. Verbinding wordt afgewisseld met plotse afstand of stilte.

A
B
C
D

4. Ik weet vaak niet waar ik sta in de relatie.

A
B
C
D

5. Wanneer ik vragen stel over verbinding of veiligheid, blijf ik alleen achter.

A
B
C
D

6. Gesprekken laten me verward achter.

A
B
C
D

7. Ik begin te twijfelen aan mijn eigen waarneming.

A
B
C
D

8. Ik vraag me af of ik “te veel” vraag.

A
B
C
D

9. Ik voel me eenzamer in de relatie dan daarbuiten.

A
B
C
D

10. Mijn innerlijke rust is afgenomen sinds deze relatie.

A
B
C
D

B. Afbrokkeling van zelfwaarde & innerlijke zekerheid

11. Mijn zelfvertrouwen is kleiner geworden.

A
B
C
D

12. Ik voel me emotioneel afhankelijk.

A
B
C
D

13. Ik pas mezelf aan om afwijzing te vermijden.

A
B
C
D

14. Mijn behoeften worden geminimaliseerd of omgedraaid.

A
B
C
D

15. Ik rationaliseer gedrag dat mij pijn doet en/of probeer te begrijpen waar het vandaan komt bij mijn partner.

A
B
C
D

16. Ik doe steeds harder mijn best om de verbinding te behouden en de relatie te laten werken.

A
B
C
D

17. Ik voel emotionele uitputting.

A
B
C
D

18. Ik herken mezelf niet meer in hoe onzeker ik ben geworden.

A
B
C
D

19. Ik voel schaamte over hoe de relatie is en durf er niet over te praten met mensen die eigenlijk heel dicht bij me staan.

A
B
C
D

20. Ik blijf vooral omdat loslaten beangstigend voelt.

A
B
C
D

C. Controle, macht & autonomie

21. Ik pas mijn gedrag aan om spanning te vermijden.

A
B
C
D

22. Ik loop op eieren.

A
B
C
D

23. Mijn keuzes (tijd, vrienden, werk, beweging) worden gestuurd, afgekeurd of bekritiseerd.

A
B
C
D

24. Grenzen stellen leidt tot boosheid, afstand of stilte.

A
B
C
D

25. Mijn autonomie is verminderd.

A
B
C
D

26. Mijn partner bepaalt impliciet wat “redelijk” is of niet.

A
B
C
D

27. Ik voel me minder mezelf.

A
B
C
D

28. Ik voel me veiliger en rustiger wanneer mijn partner er niet is.

A
B
C
D

29. Ik hou dingen voor mezelf om escalatie en conflict te voorkomen.

A
B
C
D

30. Ik ervaar een machtsonevenwicht.

A
B
C
D

D. Escalatiepatronen in conflict

31. Problemen worden gebracht als aanvallen op wie ik ben (kritiek).

A
B
C
D

32. Er is sarcasme, neerbuigendheid of minachting.

A
B
C
D

33. Verantwoordelijkheid of een eigen aandeel worden structureel afgeweerd (defensiviteit).

A
B
C
D

34. Conflicten draaien om gelijk krijgen, niet om herstel.

A
B
C
D

35. Mijn partner sluit zich af bij spanning, verlaat de ruimte of de woning (stonewalling).

A
B
C
D

36. Mijn partner trekt zich langdurig terug of weigert contact, met als effect dat ik mij gestraft, onder druk gezet of gedwongen voel om toe te geven.

A
B
C
D

37. Pogingen tot herstel worden genegeerd.

A
B
C
D

38. Ik voel me alleen in conflicten.

A
B
C
D

39. Wanneer mijn partner een pauze nodig heeft tijdens conflict, wordt duidelijk aangegeven dat het gesprek later wordt hervat.

A
B
C
D

E. Financiële veiligheid

40. Ik heb geen volledige toegang tot mijn eigen middelen of gemeenschappelijke middelen.

A
B
C
D

41. Mijn uitgaven worden gecontroleerd of bekritiseerd.

A
B
C
D

42. Ik moet me verantwoorden over geld.

A
B
C
D

43. Financiële beslissingen over gemeenschappelijke middelen worden zonder mij genomen.

A
B
C
D

44. Geld en financiën worden gebruikt als drukmiddel.

A
B
C
D

45. Ik voel me financieel onveilig in de relatie.

A
B
C
D

46. Ik ben bang voor de financiële gevolgen van een conflict of relatiebreuk.

A
B
C
D

47. Mijn economische zelfstandigheid is afgenomen.

A
B
C
D

F. Seksuele grenzen & lichamelijke integriteit

48. Ik heb seks gehad terwijl ik dat eigenlijk niet wilde.

A
B
C
D

49. Mijn “seksuele nee” wordt niet altijd gerespecteerd.

A
B
C
D

50. Ik voel druk om seks te hebben om de relatie goed te houden.

A
B
C
D

51. Mijn seksuele grenzen worden geminimaliseerd of niet serieus genomen.

A
B
C
D

52. Ik voel mij leeg, schuldig of afgestompt na intimiteit met mijn partner.

A
B
C
D

53. Mijn lichaam voelt niet meer volledig van mijzelf.

A
B
C
D

54. Mijn partner slaat op muren, deuren of andere objecten tijdens conflict.

A
B
C
D

55. Mijn partner gooit dingen of maakt ze kapot tijdens conflict.

A
B
C
D

56. Mijn partner schopt tegen objecten tijdens conflict.

A
B
C
D

57. Dit gedrag gebeurt in mijn aanwezigheid.

A
B
C
D

58. Dit gedrag gebeurt ook wanneer onze kinderen aanwezig zijn.

A
B
C
D

59. Dit gedrag gebeurt ook wanneer onze huisdieren aanwezig zijn.

A
B
C
D

60. Ik schrik hevig van dit gedrag.

A
B
C
D

61. Ik pas mijn gedrag aan om dit soort situaties te vermijden.

A
B
C
D

62. Mijn partner heeft mij geduwd.

A
B
C
D

63. Mijn partner heeft mij vastgegrepen of fysiek tegengehouden.

A
B
C
D

64. Mijn partner heeft aan mij getrokken.

A
B
C
D

65. Mijn partner heeft mij aan mijn haren getrokken.

A
B
C
D

66. Mijn partner heeft mij in een klem of houdgreep vastgehouden.

A
B
C
D

67. Mijn partner heeft mij geslagen met de hand.

A
B
C
D

68. Mijn partner heeft mij geslagen met een voorwerp.

A
B
C
D

69. Mijn partner heeft mij geschopt.

A
B
C
D

70. Mijn partner heeft mij fysiek pijn gedaan tijdens een conflict.

A
B
C
D

71. Mijn partner heeft mij fysiek pijn gedaan buiten een conflict om.

A
B
C
D

72. Mijn partner heeft mij gedwongen tot seksuele handelingen.

A
B
C
D

73. Ik heb seks gehad uit angst voor wat er anders zou gebeuren.

A
B
C
D

74. Mijn partner heeft mij bedreigd met lichamelijk geweld.

A
B
C
D

75. Mijn partner heeft gezegd mij iets aan te zullen doen.

A
B
C
D

76. Ik ben bang dat fysiek geweld in onze relatie zal escaleren.

A
B
C
D

77. Fysiek geweld in onze relatie werd door mijzelf of mijn partner geminimaliseerd.

A
B
C
D

78. Fysiek geweld in onze relatie is voor anderen verborgen gehouden.

A
B
C
D

79. Mijn partner heeft mij bij de keel gegrepen, gewurgd, of mijn ademhaling belemmerd.

A
B
C
D

80. Mijn partner heeft een wapen gebruikt of ermee gedreigd tijdens een conflict.

A
B
C
D

81. Mijn partner heeft expliciet gedreigd mij of zichzelf te doden.

A
B
C
D

82. Mijn partner controleert, volgt of houdt mij in de gaten op een manier die mij angst aanjaagt, ook wanneer we niet samen zijn.

A
B
C
D

83. Mijn partner heeft gedreigd onze kinderen of huisdieren iets aan te doen.

A
B
C
D

84. Mijn partner heeft gevaarlijk of roekeloos gereden terwijl ik en/of onze kinderen in de auto zaten.

A
B
C
D

86. Ik ben bang dat mijn partner mij of iemand anders ernstig zal verwonden of doden.

A
B
C
D

87. Ik ben bang voor de reactie van mijn partner.

A
B
C
D

88. Ik voel mij niet vrij om mezelf volledig te uiten.

A
B
C
D

89. Ik vrees escalatie wanneer ik eerlijk ben.

A
B
C
D

90. Mijn lichaam voelt vaak gespannen aan.

A
B
C
D

91. Ik denk: "dit is niet oké," zonder te weten wat ik ermee moet.

A
B
C
D

92. Ik minimaliseer situaties uit mijn relatie tegenover anderen.

A
B
C
D

93. Mensen in mijn omgeving maken zich zorgen over mijn relatie.

A
B
C
D

94. Anderen zijn geschrokken van interacties tussen mij en mijn partner.

A
B
C
D

95. De sfeer valt stil wanneer mijn partner en ik interageren waar anderen bij zijn.

A
B
C
D

96. Anderen voelen zich ongemakkelijk wanneer wij samen zijn.

A
B
C
D

97. Ik voel druk om seksuele berichten of beelden te sturen.

A
B
C
D

98. Ik voel druk om digitaal seksueel te reageren op mijn partner.

A
B
C
D

99. Mijn partner reageert boos wanneer ik niet snel genoeg antwoord.

A
B
C
D

100. Van mij wordt permanente digitale bereikbaarheid verwacht, ook wanneer ik heb aangegeven hiervoor geen ruimte of mogelijkheid te hebben, om persoonlijke of professionele redenen.

A
B
C
D

101. Mijn partner blijft via berichten of telefoon emotioneel contact zoeken, ook wanneer ik duidelijk heb aangegeven dat ik op dat moment afstand of ruimte nodig heb.

A
B
C
D

102. Mijn partner vraagt herhaaldelijk waar ik ben of wanneer ik thuiskom.

A
B
C
D

103. Mijn telefoon voelt als een leiband.

A
B
C
D

104. Mijn partner volgt mijn locatie op een manier die voor mij controlerend of buitensporig aanvoelt.

A
B
C
D

105. Mijn partner heeft mijn telefoon doorzocht zonder mijn toestemming.

A
B
C
D

106. Digitale communicatie met mijn partner voelt als een verplichting of druk.

A
B
C
D

107. Deze patronen van controle, druk of beperking zijn in de loop van de relatie toegenomen, niet afgenomen.

A
B
C
D

108. Ik herken deze patronen al vanaf het begin van de relatie, niet pas de laatste tijd.

A
B
C
D

109. Ik heb zichtbare verwondingen overgehouden aan een fysiek incident met mijn partner (blauwe plekken, schrammen, builen of erger).

A
B
C
D

110. Ik heb medische hulp gezocht of overwogen na een fysiek incident met mijn partner.

A
B
C
D

111. Belangrijke beslissingen (verhuizen, werk, opvoeding, vrije tijd, sociale contacten) worden door mijn partner genomen, ook wanneer ik het er niet mee eens ben.

A
B
C
D

112. Mijn partner gebruikt onze kinderen om boodschappen over te brengen, mij te controleren, of mij onder druk te zetten.

A
B
C
D

113. Ik heb tijdens conflicten zelf weleens lichamelijk naar mijn partner uitgehaald (geduwd, geslagen, iets gegooid).

A
B
C
D

114. Ik heb mij weleens gedwongen gevoeld om mijn partner te controleren of te beperken, uit angst voor wat er anders zou gebeuren.

A
B
C
D

Herstel na conflict, spanning of kwetsuur

115. Na een conflict of moeilijke situatie lukt het ons niet goed om opnieuw contact met elkaar te maken.

A
B
C
D

116. Wanneer mijn partner mij heeft gekwetst, is er weinig ruimte voor wat dit met mij heeft gedaan.

A
B
C
D

117. Mijn partner vindt het moeilijk om verantwoordelijkheid te nemen voor diens aandeel wanneer iets tussen ons is misgelopen.

A
B
C
D

118. Ook wanneer mijn partner erkent dat iets is misgelopen of excuses aanbiedt, merk ik daarna weinig daadwerkelijke verandering in diens gedrag.

A
B
C
D

119. Problemen of kwetsuren worden tussen ons eerder achter ons gelaten dan daadwerkelijk besproken en hersteld.

A
B
C
D

120. Na een conflict of kwetsuur blijft er tussen ons afstand, spanning of wantrouwen bestaan.

A
B
C
D

Over de Relationele Veiligheids- en Helderheidscheck

Deze vragenlijst werd ontwikkeld door An Lidia Thys, psychosociaal therapeut, relatietherapeut, coach en relationeel denker. Vanuit haar jarenlange werk met individuen, koppels en professionals ontwikkelde zij deze check als een instrument voor reflectie en verheldering.

Een belangrijke aanleiding was de vaststelling dat er binnen het Nederlandstalige hulpverleningslandschap weinig laagdrempelige instrumenten beschikbaar zijn die specifiek helpen om relationele veiligheid en helderheid breed en samenhangend in kaart te brengen. Bestaande vragenlijsten richten zich veelal op relatiekwaliteit, specifieke relationele dimensies of klinische risico- en probleemtaxatie. Daarmee bleef er ruimte voor een instrument dat gratis en laagdrempelig toegankelijk is voor zowel hulpverleners als mensen die zelf bewuster naar hun relatie willen kijken. De Relationele Veiligheids- en Helderheidscheck is vanuit die behoefte ontwikkeld: niet om relaties of gedrag overhaast te beoordelen of van een diagnose te voorzien, maar om taal en structuur te geven aan wat zich binnen een relatie afspeelt. De check helpt patronen zichtbaar te maken die bijdragen aan of juist afbreuk doen aan veiligheid, wederkerigheid, autonomie en verbondenheid.


Meer over An Lidia Thys en haar werk vind je op www.anlidiathys.com.

Methodologische verantwoording

De inhoudelijke opbouw van de veiligheidsitems in deze vragenlijst, in het bijzonder de items rond expliciet geweld en dreiging, is mede gebaseerd op inzichten uit de internationale vakliteratuur over partnergeweld en coercive control. Onder meer het werk van Michael Johnson (het onderscheid tussen situationeel partnergeweld en coercive control / intimate terrorism), Michele Bograd en Fernando Mederos (veiligheidsscreening voorafgaand aan gezamenlijke relatietherapie bij partnergeweld), Stith, Rosen en collega's (onderzoek naar de behandeling van partnergeweld binnen koppelrelaties), Donald Dutton (een kritische herlezing van dominante verklaringsmodellen voor partnergeweld), en de klinische veiligheidsscreening zoals toegepast binnen de Gottman-methode, onderbouwen waarom bij een positieve uitslag op deze items gezamenlijke relatietherapie niet als eerste stap wordt aanbevolen.

Literatuurlijst

Bograd, M., & Mederos, F. (1999). Battering and couples therapy: Universal screening and selection of treatment modality. Journal of Marital and Family Therapy, 25(3), 291–312. Bowlby, J. (1969). Attachment and loss, Vol. 1: Attachment. Basic Books. Dutton, D. G. (2006). Rethinking domestic violence. UBC Press. Gottman, J. M. (1999). The Marriage Clinic: A Scientifically Based Marital Therapy. W. W. Norton & Company. Herman, J. L. (1992). Trauma and recovery: The aftermath of violence—from domestic abuse to political terror. Basic Books. Jacobson, N. S., & Gottman, J. M. (1998). When men batter women: New insights into ending abusive relationships. Simon & Schuster. Johnson, M. P. (2008). A typology of domestic violence: Intimate terrorism, violent resistance, and situational couple violence. Northeastern University Press. Johnson, S. M., Makinen, J. A., & Millikin, J. W. (2001). Attachment injuries in couple relationships: A new perspective on impasses in couples therapy. Journal of Marital and Family Therapy, 27(2), 145–155. Lazare, A. (2004). On apology. Oxford University Press. Levine, P. A. (1997). Waking the tiger: Healing trauma. North Atlantic Books. Pence, E., & Paymar, M. (1993). Education groups for men who batter: The Duluth model. Springer. Real, T. (2007). The new rules of marriage: What you need to know to make love work. Ballantine Books. Siegel, D. J. (1999). The developing mind: Toward a neurobiology of interpersonal experience. Guilford Press. Stark, E. (2007). Coercive control: How men entrap women in personal life. Oxford University Press. Stith, S. M., Rosen, K. H., McCollum, E. E., & Thomsen, C. J. (2004). Treating intimate partner violence within intact couple relationships: Outcomes of multi-couple versus individual couple therapy. Journal of Marital and Family Therapy, 30, 305–318. Straus, M. A. (1979). Measuring intrafamily conflict and violence: The Conflict Tactics (CT) Scales. Journal of Marriage and the Family, 41, 75–88. Van der Kolk, B. (2014). The body keeps the score: Brain, mind, and body in the healing of trauma. Viking.
Klik hieronder op de knop om je resultaat te berekenen.